Coaching tijdens een partij

← Terug naar overzicht

Wat mag wel en wat mag niet? Er mag behoorlijk veel, veel mee dan een paar jaar geleden, maar er mag weer niet alles. Lees er meer over in het artikel, overgenomen uit Clear nr 50, het online magazine van de NBB.

Elke zichzelf respecterende coach zal zorgen dat zijn spelers ruim voor aanvang van hun partij goed worden gebrieft en dat na afloop de partij wordt nabesproken. Voor een coach die zijn vak verstaat en zijn tijd goed gebruikt zou het zelfs na het inslaan nog naar de baan lopen en aanwijzingen geven in feite niet nodig behoren te zijn.
Naast de voor- en nabespreking is het ook mogelijk een speler tijdens een partij aanwijzingen te geven zolang dat gebeurt in overeenstemming met de vastgestelde regels.

Wat mag er nu wel en wat mag er nu niet?

In de eerste plaats is er over coaching tijdens een partij het één en ander via de spelregels geregeld. Coaching mag zonder meer in alle vastliggende pauzes – de één minuut bij 11 punten en de twee minuten tussen de games in – en in alle als zodanig door de scheidsrechter aangekondigde spelonderbrekingen. Er is sprake van een onderbreking als er iets buiten de partij om gebeurt dat opgelost moet worden voor er kan worden doorgespeeld – denk daarbij bijv. aan het uitvallen van het licht e.d. Op al deze momenten ligt het spel stil en mag een coach zijn spelers aanwijzingen geven.

Het is ook mogelijk spelers aanwijzingen te geven tussen de rallies in, de shuttle is dan niet in spel en het geven van aanwijzingen is in die situatie toegestaan. Het is echter niet de bedoeling dat het spel door het geven van aanwijzingen wordt opgehouden en het is dan ook niet mogelijk een speler uitgebreid advies te geven, er kunnen slechts korte opmerkingen worden gemaakt. Spelers zullen anders kunnen worden aangesproken op het vertragen van het spel en bij herhaling kan dat met een kaart worden bestraft. Het is daarom van belang dat de coach zijn aanwijzingen goed doseert.

Het normale proces van concentratieopbouw bij het serveren en ontvangen mag bij het geven van aanwijzingen niet worden verstoord. Het geven van aanwijzingen nadat dit proces in gang is gezet is dan ook niet toegestaan.
Mocht de scheidsrechter van mening zijn dat de opbouw van concentratie inderdaad wordt verstoord, dan kan dit leiden tot een let waarmee dat proces opnieuw kan worden begonnen. De scheidsrechter zal dan tevens via de referee de coach hierop aanspreken en dat kan er toe leiden dat het geven van aanwijzingen voor de duur van de betrokken partij of bij herhaling zelfs voor het gehele evenement moet worden gestaakt en de coach de hal niet meer in mag.

Het geven van aanwijzingen tijdens een rally is zeer zeker niet toegestaan en ook dat kan leiden tot het moeten staken van het geven van aanwijzingen voor de rest van de betrokken partij. Een scheidsrechter breekt in dat geval de rally af, vraagt de referee de zaak met de coach verder af te handelen en laat een let spelen.

In de tweede plaats hebben we te maken met een stukje logistiek. In principe zit de coach tijdens de partij op een speciaal daarvoor bestemde stoel achter de speelhelft van zijn speler. Zodra de speler van speelhelft wisselt, wisselt de coach mee, ook in de derde game bij 11 punten.
Het kan echter gebeuren dat een coach op meerdere banen spelers heeft staan en zich daarom niet kan concentreren op één baan alleen. Hij zal dan hetzij regelmatig van baan moeten wisselen dan wel alleen in de pauzes naar zijn spelers toe moeten lopen, of zich zodanig moeten opstellen dat hij op meerdere banen gelijktijdig spelers aanwijzingen kan geven. Internationaal is dat laatste absoluut niet toegestaan, maar in overleg met de referee is er nationaal altijd wel een praktische oplossing te vinden voor dit probleem. Voorwaarde blijft altijd wel dat aanwijzingen tijdens een partij en buiten de reguliere pauzes om alleen worden gegeven van achter of ten minste in de onmiddellijke omgeving van de achterlijn van de speelhelft van de bestrokken speler.

In de derde plaats hebben we te maken met de gedragscode voor coaches. Tot voor kort waren we met de spelregels en het logistieke verhaal binnen de regelgeving klaar met het hoofdstuk coaching. Maar nu bestaat er naast de reeds bekende “players’ code of conduct” ook een internationaal vastgelegde gedragscode voor coaches. Op nationaal niveau is deze code nog niet ingevoerd; er wordt nog op gestudeerd hoe binnen de bestaande reglementen invulling moet worden gegeven aan de opvolging van de bepalingen uit de internationale code. Het gaat in die code om zaken als houding en gedrag in het algemeen en tijdens een partij in het bijzonder, met name richting spelers en collega coaches van andere teams en de bij een partij betrokken wedstrijdfunctionarissen. De code heeft ook een disciplinaire paragraaf en met name het koppelen daarvan aan de bestaande NBB reglementen vergt enig overleg.